Column - Arjen Kratz
Wat betekent het om trainee te zijn? Je zou het een containerbegrip kunnen noemen, een algemene omschrijving, een titel, of zelfs een ‘get out of jail free card’ a lá Monopoly. Het betekent dat je overal aan kan snuffelen, experimenteren en onverwachte, zelfs ongevraagde, oplossingen aan kan dragen. Na er hard voor gevochten te hebben in de sollicitatieprocedure, ben je ook blij om het te zijn. Daar kan zelfs het zoveelste zelfreflectie of feedbackmoment niets aan veranderen (al die persoonlijke ontwikkeling komt helaas niet vanzelf). Als je dan je collega’s op je nieuwe werkplek vertelt dat je trainee bent, dan krijg je vaak iets terug als “wat gaaf!”. Nu zal je van je nieuwe collega’s het niet snel te horen krijgen als ze het juist heel rot voor je vinden, maar het geeft toch te denken..  wát is er dan precies zo gaaf? Want ook al wordt de functienaam ‘trainee’ gebruikt als een vanzelfsprekend iets, de inhoud die daarachter schuil gaat is zo divers als maar zijn kan! Is er dan iets algemeens dat alle traineefuncties verbindt? Het antwoord daarop ligt misschien wel bij relatie tussen de trainees zelf. Eén van de leuke dingen van andere trainees tegenkomen is dat het niet uitmaakt of hij/zij nou uit de overheidswereld, het bedrijfsleven of van elders komt, je deelt sowieso meteen iets dat je bijna familie maakt. Misschien heeft het er iets mee te maken dat je de functie niet in de schoot geworpen krijgt; de selectieprocedures zijn zwaar en de concurrentie is groot. Ook wil niet iedereen überhaupt nog doorleren in opleidingsprogramma’s, trainingen, etc. Degene die uit die procedures komen zijn veelal nieuwsgierige mensen, die willen ontdekken hoe dingen anders en beter aangepakt kunnen worden, gebruik maken van alle verbindingsmogelijkheden die de moderne maatschappij biedt en CV’s meebrengen met talloze buitenlandervaringen, commissies, besturen en andere extra’s. Is die ambitie dan dat wat ons als trainees verbindt? Ondertekende denkt van wel, maar dat brengt ons bij de kern van dit verhaal: zijn wij ons als moderne altijd-verbonden trainees, met onze smartphones, LinkedIn, Instagram en FB accounts wel bewust van onze eigen bubbel?  Zoeken we, ingekapseld als we zijn in onze leerprogramma’s en de netwerken van onze eigen branche, nog steeds naar die brede verbinding als we deden tijdens onze studiefase? Of zijn we nu we die felbegeerde traineefunctie hebben ineens klaar? Onderhouden we wel het contact met onze verre trainee- familieleden, of hebben we allemaal onze aparte traineebubbels, gevuld met mensen van onze eigen organisatie? Deze vragen voelen extra prangend omdat we juist als bestuurlijke trainees op zoek moeten naar allianties door de hele samenleving. Inmiddels ben ik op genoeg traineeborrels geweest om te weten dat voor lang niet iedereen het antwoord positief uit zal vallen. Door de voorselectie van onze werkomgeving en de vele ‘nabije’ connectiemogelijkheden die een traineefunctie biedt lijkt er weinig aandacht over te blijven voor onze bredere traineefamilie. Daarom is het goed dat er zaken als het IBT bestaan, die ons stimuleren om onze bubbel te vergroten met trainees van andere organisaties. Niet alleen bouwen we daarmee aan een netwerk buiten de gangbare paden, ook kunnen we met onze ‘familieleden’ als vergelijkingsmateriaal beter bijdragen aan de kwaliteit van ons eigen programma. Want hoe hard die traineebubbel van onze eigen organisatie ook glinstert, er is nog een hele wereld daarbuiten om van te leren. Bedankt IBT, voor het ons daar toegang tot bieden! Arjen Kratz Trainee de Toekomst van Brabant